Vijf vliegen dansend in de lucht
Bij een tak van de perenboom
Liggend in t gras kijk ik naar boven
Opeens zijn het er acht
Wat doen ze daar?
Wat spreken ze af?
Houden ze de wacht?
Ze vliegen, lijkt het, in formatie
Terwijl ze zich nauwelijks verplaatsen
Dan zijn het er opeens weer vijf
Waar dient het toe?
Wat houdt ze bezig?
Wat bespieden ze?
En worden ze niet moe?
Normaal valt mij zoiets niet op
De tijd vliegt als het ware voorbij
Zoals iedereen heb ik alleen oog voor
de dagelijkse zorg en zaken
die je ogen doet waken
voor al teveel eromheen
Maar dat wil nu wél laten