Koffie?

 

De laatste tijd ga ik door omstandigheden steeds vaker met de auto naar mijn werk. Omdat ik geen doorgewinterde weggebruiker ben vallen mij wel eens dingen op waarover een ander niet zou vallen. Zo staat er altijd bij dezelfde benzinepomp een witte bus met iets verderop een niet over het hoofd te zien, zogenaamd onopvallende flitscamera. Dus iedereen die komt aanrijden remt af. Waarom staat hij altijd op dezelfde plek? Waarom niet op een andere en onverwachte plek? Is het uit gewoonte of uit gemakzucht? Is het de preventieve werking die men wenst of gaat het om iets anders? Misschien zijn er bij die benzine pomp lekkere broodjes en koffie te krijgen en moet ik daarvoor ook eens langsgaan?

Het was een donderdag en ik reed weer op deze weg. Natuurlijk was er weer een Belg die harder moest rijden dan mag, want Belgen denken dat alle regels voor hen niet opgaan. Ze wonen per slot van rekening in het Italië van het noorden (dat heeft Robert Long eens opgemerkt). Zij mogen les krijgen van hun familie in plaats van een rijinstructeur en dat is ook duidelijk te merken. Deze Belg reed veel te hard op de linkerbaan en onwetend van het plotselinge remgedrag van alle medeweggebruikers vanwege de flitscamera, reed hij op een voorganger in met een behoorlijke klap. Daardoor kwamen alle auto’s van de andere rijstrook tegen elkaar en daarmee was de weg geblokkeerd. Ik zag het ver voor mij gebeuren. Omdat het nog voor de afslag van de benzine pomp was reed ik daar naar toe om de chaos te kunnen ontwijken en nu eindelijk die koffie eens te proberen. Ik parkeerde mijn auto en keek naar de witte bus waar ik verwachtte dat er politie uit zou stappen. Maar er kwam geen beweging. Ik keek naar de snelweg of er mensen gewond waren of men elkaar hielp. Sommigen stapten uit en anderen zaten versuft in hun auto. Ik liep naar binnen om te vragen of er al gebeld was voor hulp. Men was met elkaar in gesprek en de caissière was aan de telefoon. Zij gebaarde naar de snelweg en begreep dat zij al aan het bellen was. Ik vroeg om koffie aan de dame van de broodjes. Terwijl mijn koffie gemaakt werd hing de caissière op. Zij vertelde: Ze komen eraan maar het duurt nog wel even. Is hier dan geen politie vroeg ik? Ik werd op een vreemde manier aangestaard, bijna schuldbewust. Ik haalde mijn schouders op en ging weer naar buiten met mijn koffie. Ik liep naar de witte bus toe en opende het portier. Er was niemand aanwezig. Ik liep om de bus heen en opende de achterdeur. Twee gedeeltelijk ontblote mensen verstrengeld in elkaars armen liggend op een matras keken mij verschrikt aan. De een had net zo een schort aan als de broodjesdame. De ander een stropdas en schoenen die duidelijk bij een politie uniform behoorde. Ik stamelde verbaasd: iemand koffie?

 

Mijn vader

Genietend van Mozart

voor het raam van zijn kamer

zit in een rolstoel mijn vader

In zijn hoofd flink verward

en de tijd die ook zijn begrip sart

Maar met genegenheid in zijn benadering

is voor mij een verademing

Liefdevol verrast als ik daar weer blijk te zijn

een moment van wegzakken zo klein

Wat kan ik nog doen aan jouw geluk?

Zo weinig kan veel betekenen en ook soms eindigen in genuk

Liefdevol afscheid dat is wat ons rest

De zon

De zon verlicht mijn gemoed

Dagen van grijs zijn voorbij

door zware gedachten gevoed

Er is weer hoop voor mij

 

Hij schijnt op licht rood blad en groen

De vogels zingen

Ik heb weer zin om wat te doen

Er zijn diverse gedachten die om aandacht dingen

 

Daar in de verte licht een wolk op

De zon strijkt over het weiland

De wind maakt sop

Hij waait door mijn hoofd gedachten aan de kant

 

Zodat ik mij in het water glinsteren kon

En in de verte een boot met bolle zeilen

Geluk daar gaat het mij om

Door de zon kan ik in mijn hoofd het geluk bevrijden

 

Staren in het niets

Staren in het niets

Gedachten eindeloos

Zoveel om voor in beweging te komen

Te weinig puf voor iets

Juist beter rust of toch beter boos

te maken en over één ding te bomen

Te kiezen wat van belang is en wat niet

Vertrouwen op intuïtie en wat je ziet

De tijd dwingt tot keuzes, mijn energie tot minder en mijn wil tot meer

 

Zuid limburg

We gaan kamperen in het uiterste zuiden van het land met onze caravan in een korte schoolvakantie. Wat verheug ik mij op de lente in Zuid-Limburg met haar prachtige heuvellandschap en alles in bloei! Wandelpaden dwars door velden heen en bossen met bloemen die je nergens anders in Nederland ziet. Je krijgt daar het gevoel in het buitenland te verkeren. We gaan om de dag wandelen, en als het lukt met onze jongste dochter vaker.

We hebben een camping gereserveerd vlakbij Epen. De kleine camping heeft helaas geen speeltuintje maar dat is niet erg want onze kinderen (10 en 5) vermaken zich toch wel.

De volgende dag gaan we in de buurt een wandeling maken en lunchen we onderweg in de theetuin. Maar op een bordje op de kruising staat dat deze dicht is vanwege een communie! We gaan verder naar een herberg die vast open is. We lopen door een holle weg, oorspronkelijk uitgesleten door water. Deze ruikt naar frisse groene geuren en vochtige aarde. Ik zie tot mijn vreugde de beschermde gele dovenetel en roep de kinderen om hem te bekijken. We gaan langs de Geul en lopen door het veld vol paardenbloemen, wat een feestelijk gezicht. De kinderen plukken de zaadhoofdjes en blazen terwijl ze een wens doen. Bij de herberg nemen we stroopgehaktballen, pittige kaas en brood, heerlijk. De jongste doet het goed en we zijn trots. Als beloning krijgen de kinderen een ijsje als ze het goed volhouden. We lopen verder de heuvel op naar een open veld met prachtig uitzicht over het heuvellandschap. Ik geniet volop van de zon en al het moois. Het pad gaat door een boomgaard met koeien en langs een weg met van die hele mooie vakwerkhuisjes die als taartjes in het landschap staan. Hier zou ik wel een tijdje willen blijven. Deze vakantie ben ik jarig en daarom zullen we ‘s avonds bij een chic restaurant eten. We eten heerlijk en de kinderen doen gewoon mee en gedragen zich geweldig. De jongste neemt zelfs een pittige kaasplank toe!

De volgende dag is het minder mooi weer en we besluiten naar de dierentuin te gaan in Kerkrade. Het is mooi opgezet en de giraffen kun je bijna aaien. Aan het eind komen we bij de otters, die net gevoerd worden. Er schijnt soms een verdwaald exemplaar uit Duitsland in Limburg voor te komen. De oppasster vertelt hoe je een otter kunt herkennen. Als hij wegzwemt vormen de luchtbelletjes uit zijn vacht een spoor aan het wateroppervlak. We gaan voortaan goed opletten.

De volgende dag regent het en besluiten we een vriendin in Noord-Limburg te gaan opzoeken. Onderweg kopen we asperges bij een boerderijwinkel. Het is hier ook prachtig. Bijzondere bossen, weilanden en ook een kronkelig riviertje, alleen geen heuvels. We besluiten hier een keer naartoe te gaan op vakantie.

De dag daarop is het prachtig weer en gaan we wandelen. Ook nu houden de kinderen het goed vol met als belofte wel een plons in een zwembad. Onderweg komen we allerlei dingen tegen die de tocht aantrekkelijker maken voor hen. Zoals verloren golfballen (langs de golfbaan) en een boomhut voor een natuurwacht waar ze in klimmen. Morgen is het Koninginnedag ik ben benieuwd hoe ze dat hier vieren. Als ik vraag waar er Koninginnemarkt is, zegt de campingeigenaar tot mijn verbazing dat zij geen koningin hebben, ze vieren het niet hier. Beatrix moet maar eens hier op bezoek, denk ik meteen. En met enige ironie daarna: je voelt je hier wel echt in het buitenland.

Inderdaad zijn alle winkels open en we vinden wel een heel klein vrijmarktje in het dorp, maar verder gaat het leven gewoon door alsof het geen bijzondere dag is. Daarvan komen we terug als we het vreselijke ongeluk in Apeldoorn horen.

De volgende dag lopen we naar de theetuin die dan wel open is. De kinderen spelen in de speeltuin en wij zitten heerlijk in de tuin. We gaan verder langs de geul en de Heijmans Groeve. De jongste neemt een stuk steen mee en als we later uitleggen dat dat niet mag, is ze helemaal van slag. We moeten teruglopen om de steen terug te leggen. Ik ben trots dat ze nu al zoveel besef heeft. Morgen is het de laatste dag en we moeten boodschappen doen voor thuis. Maar zelfs boodschappen in Limburg doen is anders en daardoor vakantie. Dan is helaas de vakantie om, maar mijn hoofd wil nog niet. Ik zie heuvels en groen voor me, bossen met daaronder een kronkelige beek.

Koorts

Koorts

Mijn hoofd is in een andere dimensie

Mijn lichaam ligt hier op de bank

Slap en pijnlijk moe van de griep

De reis gaat naar alle kanten

zonder enige intentie

En elke logica die wordt betracht gaat mank

Vol van beleving, ideeën en gedachten koortsig op zoek naar iets

Ben ik diegene die jou naam steeds riep?

O koorts wat verdwijn ik nu graag in t niets

Hallo wereld!

Er zitten schrijfsels in mijn hoofd. Verhalen die zichzelf graag geschreven zien worden. Ik kan er niets aan doen. Ze moeten eruit. Dan kan ik verder.

Helaas is alles aan de tijd vergankelijk. Even afgeleid en ik ben de essentie van een verhaal vergeten, ik ben kwijt waarom een verhaal nou zo leuk of interessant was, vreselijk! Dan neem ik niet de moeite meer om het op te schrijven. De meest rare momenten krijg je iets in je hoofd en dan moet er de mogelijkheid zijn om iets te noteren maar dat gaat vaak niet. Tijdens een vergadering of half in slaap in bed. Of tijdens een gesprek met iemand. Liever zou je juist die ideeën krijgen als je uit het raam staart of in de trein als je géén werk hoeft voor te bereiden. En helemaal moeilijk als de kinderen er zijn en je je hoofd erbij moet houden.

Dan is er nog dat vreselijke dubio of je meteen dat idee moet opschrijven wat net in jou hoofd gevlogen is of dat je eerst dat, ongelofelijke onverklaarbare, wat inspiratie heet, verder zijn gang moet laten gaan. Maar dan loop je dat risico dat het soms weer even gewoon als het kwam, verdwijnt en je eigenlijk niet meer weet wat er nou zou bijzonder aan het idee was.

Wat een absurde kwelling, wat een luxe probleem wat een onnozel gedoe en toch zo belangrijk voor het feit dat je daarna nu wel of niet iets op papier hebt.  Als je eindelijk de moed opbrengt iets op papier te zetten en ik de durf hebt mezelf au serieus te nemen, ondervindt ik zeker een genoegen iets daadwerkelijks te doen. Maar de meeste opwinding krijg ik van het idee zelf.

Als ik niets doe is er die andere kwelling, dat lege gevoel niets te betekenen geen doel, geen avontuur in je hoofd en geen nieuwe uitdaging, waarvan niemand het nut ziet behalve jijzelf. Eenzaam en toch niet. Want juist die dialoog met jezelf die tot iets leidt vindt ik de meeste troostende waarna eenzaamheid en zinloosheid een beetje verdwijnen. Maar evengoed is er daarna de nutteloosheid van het schrijfsel en de eenzaamheid van het schrijven. Alleen in mijn hoofd  speelt zich dit af en op papier. Niemand die er wat aan heeft, er plezier van kan beleven. Niets wordt er door belemmerd in de dagelijkse gang van zaken, als niet gelezen. Alleen ik weet het.

Nu ga ik het delen met anderen, vandaar deze blog.